Een derde partij voor het Midden Oosten

by Lukas Pairon
published in the Belgian newspaper De Standaard in August 2006

Ik wil in dit opiniestuk in De Standaard een persoonlijke stem laten horen die misschien te weinig aan bod komt als men de afgelopen weken en maanden spreekt over wat in het Midden Oosten gebeurt. We zijn met het muziekensemble Ictus sinds 2002, en met de organisatie Music Fund - opgericht door Oxfam Solidariteit en Ictus - sinds 2005, actief in het Midden Oosten, in de Palestijnse grondgebieden én in Israel en hebben in deze regio vriendschappen met Joodse, Arabisch-Israelische en Palestijnse mensen die zoals wij ook werken in de muzieksector als muzikanten of als managers of leraars in het muziekonderwijs. Muzikanten van Ictus zijn zo sinds eind 2002 al 13 keer voor werkperiodes van 7 tot 14 dagen naar de regio getrokken en Music Fund heeft naast grote leveringen van muziekinstrumenten ook een aanzet gegeven tot een opleiding voor het herstellen en onderhouden van muziekinstrumenten.

In dit alles stel ik mij vooral de vraag wat wij vanuit België en Europa kunnen betekenen voor die mensen ginder. Hoe kunnen wij hen als derde partij helpen om uit deze conflicten te geraken? Hoe kunnen we als buitenstaanders mensen überhaupt helpen die in een conflict verwikkeld zitten? Dat is toch zoveel belangrijker dan te weten wat wij of anderen vanuit onze salons over dit conflict denken en vinden.

Als gewone mensen die geen vrede kunnen maken of breken, maar alleen maar met muziek bezig zijn, kunnen we niet veel, maar toch wel iets.

Wat we vanuit België en Europa kunnen en moeten doen is onze rol als derde partij voluit spelen. Wij hebben de vrijheid die zij niet hebben om grenzen over te steken en het zou jammer zijn als we die vrijheid niet zouden nemen. Wij hebben alleen maar een beetje de last van wat wachten aan checkpoints en grenzen. Zij (Palestijnen en Israelis) kunnen niet naar de andere kant, tenzij ze speciale vergunningen hebben. Zij worden netjes uit elkaar gehouden. Het zorgt er mee voor dat het conflict in stand gehouden wordt.

Maar om echt een rol te spelen, is het nodig om als gesprekspartner aanvaard te worden. Daarvoor moeten we contacten leggen, partnerships uitbouwen, vriendschappen smeden, niet alleen met één van de partijen, maar met alle partijen ginder.

Hoewel ik het gezien de situatie goed begrijp, stoort het me dat Israel wordt voorgesteld als de duivel, alsof zij alleen verantwoordelijk zijn voor al het kwade in deze regio. Als vrienden van Israelis heb ik er geen moeite mee om heel kritisch tot vernietigend te oordelen over het geweld van de bezetting van de Palestijnse grondgebieden én van deze oorlog in Libanon, maar als vrienden van Palestijnen heb ik er ook geen moeite mee om net zo vernietigend te oordelen over de plaats die de martelaren in de Palestijnse samenleving toebedeeld krijgen, alsof ook daar geweld een weg naar vrede en bevrijding zou geven. Het ziet er zo langs beide kanten uitzichtloos uit. En omdat we vrienden zijn, kunnen en mogen we er niet over zwijgen, niet naar de Israelis toe en ook niet naar de Palestijnen toe. Wat niet juist is, is om partij te kiezen en de enen voor te stellen alsof ze de duivel zelf zijn en de anderen alsof ze alleen slachtoffer zouden zijn. Dat is wat nu te veel gebeurt. Want met wie moeten Palestijnen en de Arabische landen vrede maken, als de Israelis duivels en moordenaars zijn?

Deze eenzijdige verontwaardiging waarmee we de afgelopen weken en maanden geconfronteerd worden, is niet juist, komt niet overeen met de realiteit en brengt ook geen aarde aan de dijk. De idee van een boycot van Israel wordt hierbij snel als een mogelijke oplossing naar voor geschoven, vanuit de culturele sector, maar ook in andere sectoren. Een land of een bevolking de rug toekeren, is echter geen juiste optie. Het tegenovergestelde moet gebeuren: contacten zoeken met mensen ginder is de boodschap. Vermits wij geen vredesactivisten of politici zijn, doen we dat door samen muziek te maken, workshops te geven aan jongeren en universiteitsstudenten.

De boycot-optie is deprimerend en hopeloos, maar ook onfair hard voor een heel volk. Het leidt naar nog meer onbegrip, haat en nijd. Aleen de vinger op de knip van de portemonnee en op de trigger zouden in deze analyse voor een oplossing kunnen zorgen, maar het tegenovergestelde klopt beter: het is pas wanneer beseft wordt dat geld en wapengekletter alleen niet helpen, dat misschien aan vrede kan gedacht worden.

Door op een selectieve manier, maar heel intensief en geengageerd, contact te houden en projecten te ontwikkelen met alle mensen die in dit gebied slachtoffers zijn van het conflict (Palestijnen uit de bezette grondgebieden, Palestijnen in Israel en de Joden in Israel), tonen we solidariteit aan al diegenen die ondanks alles ginder toch blijven dromen over een mogelijke vrede in de toekomst, zelfs al lijkt die toekomst alsnog veraf.

Ik kan me niet voorstellen iets anders te doen dan wat we de afgelopen jaren deden, want alleen met Palestijnen in de grondgebieden projecten ontwikkelen, is als een kamp kiezen in dit conflict en ook de mogelijkheid van vrede opgeven.

De joodse mensen met wie wij in Israel werken snakken ook naar vrede en veiligheid voor zichzelf en hun kinderen. Ze zijn zo blij met onze projecten daar, want gewoon omdat ze jood en israelisch zijn, worden ze dikwijls met de nek aangekeken door een stuk van de wereld.

Met neutraliteit heeft deze opstelling niets te maken, wel integendeel: Laat ons Israelis en Palestijnen behandelen zoals we zelf zouden behandeld willen worden: als mensen die er het beste van willen maken, en daarvoor vriendschap en steun verdienen, maar in relaties die veeleisend zijn en dus steeds op het scherp van het mes, met het risico dus om verbroken te worden, omdat eerlijk en rechtuit met elkaar gesproken wordt, en dat kan pijn doen. Vanuit deze solidariteit kunnen wij als Belgen en Europeanen als derde partij misschien iets betekenen in deze ingewikkelde conflicten. Het is daarom en op die manier dat ik deze grenzen wil blijven oversteken.